Het onderste deel van de toren is het oudste deel van de kerk en dateert uit het
einde van de 12e / begin 13e eeuw. Toren en kerk waren in toen veel kleiner, de
torenvensters die nu in de kerk zichtbaar zijn, staken vroeger boven het dak uit.
De kerk is in de loop der eeuwen sterk gegroeid, van de oorspronkelijke kerk is
weinig meer over. In het muurwerk zijn lagen tufsteen, afkomstig van het eerste
stenen gebouw, verwerkt.
De huidige kerk is eigenlijk niet helemaal "af". Het lijkt er op dat het de bedoeling
was om het middenschip te verhogen tot het dakniveau van het koor. Denkbaar is
dat het in de planning lag om, naast de verhoging van het dak, ook aan de
noordkant van het gebouw een zijbeuk te bouwen en het een en ander af te ronden
met een nieuwe toren. De weliicht voorgestane vorm is die van een pseudo-basiliek,
een kerkvorm die in deze landstreek vaker voorkomt.
De reden voor zo'n groot gebouw was er vooral in gelegen dat in 1473 de macht
over Gelderland
(Gelre) in handen kwam van Karel de Stoute van Bourgondië. In dat
jaar werd het Tolhuis en omgeving in Lobith, toegevoegd aan de parochie in Aerdt.
De (vermoedelijke) bouwplannen zijn niet geheel uitgevoerd omdat in de jaren
daarna de macht weer wisselde en er een slechte tijd over het land kwam. Oorlogen,
armoede, honger en pest en een afnemende belangstelling voor kerkenbouw waren
er de oorzaak van dat er geen geld meer was voor verdere bouwactiviteiten.
Mogelijk dat het plafond van het gebouw daardoor is zoals deze nu is.
Bij de Reformatie, einde 16e eeuw, is de kerk overgegaan in protestantse handen. Of
er hier een beeldenstorm is geweest, is niet bekend. Er zijn van voor de Reformatie
geen gebruiksvoorwerpen.
Omdat de Reformatie in deze streek niet algemeen aansloeg, was de kerk voor de
protestanten veel te groot. Het duurde tot na de Franse tijd (1795 -1815) dat er aan
het gebouw iets gedaan werd. De bouwvallige sacristie (nog te zien op een
pentekening van Jan de Beier) werd afgebroken. Met de stenen is (waarschijnlijk) de
muur tussen de kerkruimte en de ontmoetingsruimte gebouwd.
De kerk heeft het lange tijd zonder orgel moeten doen. Het is niet bekend of er voor
de reformatie een orgel in de kerk was. Na de reformatie was er geen orgel tot in de
jaren 40 van de 19e eeuw. Toen pas was de gemeente in staat een orgel te kopen, zij
het een orgel dat elders niet goedgekeurd werd!
Omdat de gemeente klein was, waren er, buiten de inkomsten uit landerijen (het
bestaan van een vicary is niet bekend), slechts weinig geld voorhanden. Het hebben
van een predikant had prioriteit. Het gebrek aan geld leidde tot verwaarlozing van
het gebouw. De toren is hiervan een voorbeeld. Men wilde deze in de tweede helft
van de 19e eeuw verbeteren en vergoten. Dat ook gebeurd maar de wijze waarop is
te zien aan de buitenkant.
Het gebouw was in de jaren 30 van de 20e eeuw opnieuw in slechte staat komen te
verkeren. De kerkenraad, moe geworden van de grote zorgen, had al besloten het
gebouw te slopen en een nieuwe, kleinere kerk te bouwen. De architect die bij de
bouw werd betrokken heeft dit kunnen voorkomen en na veel vijven en zessen en
bijzonder grote inspanningen van de toenmalige predikant, kon tot restauratie
worden overgegaan. Omdatook de Rijksoverheid moest (of wilde) bezuinigen, was
er geen geld voor nieuwe leien. De dakpannen van nu zijn toen aangebracht.
In de jaren 60 van de vorige eeuw werd herstel van allerlei zaken opnieuw nodig. Het
duurde tot het midden van de jaren 80 dat een ingrijpende en alles omvattende
restauratie van de buitenkant worden doorgevoerd, gelukkig!
Vlak voor en na de laatste eeuwwisseling kon het binnendeel van de kerk worden
opgeknapt, evenals het orgel dat in een slechte staat was.
Ondanks dat de kerk niet is afgebouwd is het toch een middeleeuws gebouw met
grote allure! Het is het oudste gebouw in de gemeente Rijnwaarden. Het staat iets
buiten het centrum van het dorp Aerdt maar in het verleden heeft een dorp zich wel
eens vaker verplaatst.
In de kerk zijn er een aantal waardevolle Protestantse gebruiksvoorwerpen
(avondmaalszilver, bijbels en dergelijke) die in een vitrine staan opgesteld.
Tot slot, voor de liefhebbers, nog de dispositie van het Hardorff - orgel uit 1843
Prestant 8', Bourdon 8', Octaaf 4', Fluit 4', Viola di Gamba 4', Quint 2-2/3;', Octaaf 2',
Sesquialter 2 st., Mixtuur 4 st., Trompet 8' (Bas en Discant gescheiden).
(het laagste octaaf van de Prestant 8' is gecombineerd met die van de Bourdon 8')